‘Meer hbo-verpleegkundigen nodig voor adequaat niveau’

‘Meer hbo-verpleegkundigen nodig voor adequaat niveau’

Prof. dr. Bart Berden is voorzitter van de raad van bestuur van het Elisabeth TweeStedenZiekenhuis en bijzonder hoogleraar Organisation Development in Hospital Care bij Tilburg University Tias. Hoe ziet hij de toekomst van de hbo-verpleegkundige in de ziekenhuizen en hoe anticipeert het ETZ op deze toekomst?

‘De zorgcomplexiteit in Nederlandse ziekenhuizen is de afgelopen jaren enorm toegenomen, en die ontwikkeling zal nog verder doorgaan. Tegelijkertijd is de verblijfsduur toenemend kort, vooral vergeleken met het buitenland. Het percentage hbo-verpleegkundigen – nu zo’n twintig procent – zal daarom zeker moeten stijgen om een adequaat niveau te handhaven.

Het ElisabethTweeStedenZiekenhuis is momenteel bezig met het in kaart brengen van de competenties van de verpleegkundigen. Deze actie is een onderdeel van het project verpleegkunde 2020 waar nieuwe functieprofielen in samenspraak met de VAR worden ontwikkeld op basis van het hbo-beroepsprofiel en het huidige mbo-profiel. Het opleidingsniveau mbo of hbo is daarbij weliswaar vertrekpunt, maar voldoet niet zonder meer. Veel verpleegkundigen hebben hun bekwaamheid in de loop van hun carrière vergroot, door opgebouwde ervaring en door bijscholing. Dat wegen we mee in het portfolio. Centraal staat kwaliteitsoptimalisering. Wij verwachten dat de hbo-verpleegkundige met zijn wetenschappelijk onderbouwde focus op functioneren en zijn nieuwe visie op verpleegkundig handelen daartoe kan bijdragen, door het eigen verpleegkundig handelen steeds kritisch te bezien en evidence te zoeken om interventies te onderbouwen. Kortom een verpleegkundige die goed in staat is tot klinisch redeneren.

Het implementeren van twee functieprofielen is een hele exercitie, want er werken bij ons meer dan tweeduizend verpleegkundigen. Daarom gaan we in proeftuinen de competenties matchen met de zorgvraag. Complexiteit is een moeilijk definieerbaar begrip. Complexiteit kan van de individuele patiënt afhangen, maar ook van de context, of het tijdstip. Een afdeling die overdag bij volle personeelsbezetting met overwegend mbo-niveau toe kan, kan ’s avonds en ’s nachts meer behoefte aan hbo-niveau hebben. Op die manier moeten we ook gaan differentiëren.

Ik weet wel dat het niet zo bedoeld is, maar je krijgt soms door de mbo-hbo-discussie toch een beetje de indruk dat de mbo’ers worden gedesavoueerd. En dat wil ik met klem bestrijden: zij zijn en blijven een onmisbaar deel van het personeelsbestand en spannen zich net zo in voor hun patiënten als andere collega’s. Het ETZ verwacht dat in de toekomst de mbo-verpleegkundige een belangrijke rol zal blijven spelen in de ziekenhuizen, maar dan wel in samenhang met de de hbo-verpleegkundige.’